Keizers

Gek genoeg wordt het recht om te kiezen of gekozen te worden altijd met een flinke republikeinse saus overgoten. La révolution van 1789 is dan het uithangbord, maar veel Fransen hebben een stuk van de geschiedenis na dat roerige jaar van hun harde schijf gewist. Nog geen acht jaar later werd namelijk de eerste republiek ter wereld al om zeep geholpen door Napoleon Bonaparte, die in 1804 zichzelf maar tot keizer kroonde. Hij vond zijn eerste Waterloo in 1814, maar de republikeinse Fransen namen genoegen met weer een nieuwe koning, Louis XVIII van het eerder verfoeide huis Bourbon-Capet. Die heeft het pluche nauwelijks geroken, want de kleine Corsicaanse vechtersbaas ontsnapte van zijn gevangeniseiland Elba en speelde 100 dagen lang weer voor keizer. Zijn tweede Waterloo op 18 juni 1815 luidde echter het volgende koninkrijk in, want Louis XVIII schoof zonder republikeins gemor weer in het koninklijk gespreide bedje.
Twee koningen later was het over en na de korte Februari-revolutie van 1848 werd de Deuxième République uitgeroepen. Weer gek genoeg kozen de Fransen voor Louis Napoleon, neefje van de eerste, als president. En jawel, je kunt er op wachten. Geheel in de traditie van de familie Bonaparte riep ook neefje zichzelf in 1852 uit tot keizer. Uiteindelijk maakten de Duitsers (sic) in 1870 een einde aan het gedoe en konden de Fransen eindelijk met recht zeggen dat ze in een republiek woonden. Opmerkelijk natuurlijk dat in 1989 de viering van 200-jaar revolutie voor de meesten ook 200 jaar republiek betekende. De drie koningen en twee keizers pasten toen niet in het patriottische beeld.

Labels: deuxième république, pluche, verkiezingen, Waterloo