Vreemd
Franse geschiedenis is, zoals in vrijwel alle landen, vooral het verhaal van vorsten en hun families, geleerden, kunstenaars, de helden èn de schoften. De elite waarvan chroniqeurs het nodig vonden om voor het nageslacht bewaard te blijven. Maar meer dan in die andere landen zijn hier vele opwindende hoofdstukken gewijd aan de koninklijke maîtresse. De buitenechtelijke minnares of bijzit, zoals het in oude stukken ook heet. Sommige van die dames zijn beroemder geworden dan hun vorstelijke berijder.
Het beste voorbeeld is wellicht Madame de Pompadour, die het bed deelde met Louis XV. Tenminste, wanneer hij niet druk was met het verwekken van 11 kinderen bij zijn Poolse bruid Maria Leszczyńska.

Nog geen maand later was het maskers af, helpers weg en kroop ze onder de lakens bij de koning. Deze kocht voor haar wat huizen in Versailles en gaf zijn nieuwe lief de titel Marquise de Pompadour. Op 14 september 1745 werd ze officieel benoemd tot minnares, zo ging dat in die tijd.

Toen in 1994 het blad Paris-Match haar bestaan aan het licht bracht, reageerde Mitterrand met de koninklijke uitspraak "et alors?". Hij werd ervoor door links en rechts bewonderd, openlijk of besmuikt al naar gelang de politieke voorkeur.
Overigens zou de Nijmeegse wethouder Depla, ook een socialist, zijn oraal avontuur zeker niet in Frankrijk hebben kunnen genieten. Een Frans gemeentehuis heeft doorgaans geen fietsenhok...
