12 november 2009

Staking


De Franse Revolutie, waarbij mede door acties van arbeiders de macht van koning en adel voorgoed werd gebroken, maakte geen einde aan het verbod om te staken. Integendeel, in het jaar XI van de nieuwe revolutionaire tijdrekening (1803) werd elke samenkomst van werkers verboden. Ook boeren moesten voortaan op hun erf blijven. Bovendien verklaarde (toen nog) eerste consul Napoleon Bonaparte alle vakbonden voor het gemak maar illegaal. Strenge politiecontrole werd mogelijk door gelijktijdige invoering van een werkboekje (livret ouvrier), waarin de baas elke dag begin- en eindtijd moest noteren. 

Pas in 1864 werd het recht op staken en oprichten van vakbonden in de wet vastgelegd. Voor de zekerheid stond daarin ook dat het iedereen vrij moest staan om desondanks toch te blijven werken en dat (sic) geweld bij werkonderbreking niet was toegestaan.

Het door de Duitse bezetter gecontroleerde Vichy-bewind maakte op 4 oktober 1941 een einde aan alle vrijheden en in het Charte du Travail van die datum was alleen nog sprake van een eenheidsvakbond. Die danste naar het pijpen van de foute maarschalk Pétain, uiteraard onder controle van de collaborerende politie.

Wanneer op 27 oktober 1946 de grondwet van de Vierde Republiek van kracht wordt, zijn alle sociale rechten hersteld, plus het verbod op discriminatie op het werk. ‘Tout homme peut défendre ses droits et ses intérêts par l'action syndicale et adhérer au syndicat de son choix.’ Met gejuich aanvaard en Fransen nemen sindsdien alle sores bij de ontelbare stakingen voor lief.

Ook deze week, toen een deel van het openbaar vervoer rond Parijs plat ging en tienduizenden werkers op de perrons nutteloos de tijd moesten doden. Wachtend op de enkele treinbestuurder die gebruik maakte van het recht om gewoon te werken.

Labels: , , ,

4 juni 2009

Village Français

Verdeeld kwam Frankrijk uit de Tweede Wereldoorlog. Aan de ene kant de 'foute' aanhang van maarschalk Pétain, waarbij voor het gemak ook maar de simpele burgers werden geteld die door het lot in het Vichy-deel bleken te wonen. De 'goeie' kant met als boegbeeld generaal De Gaulle, die op 18 juni 1940 via de BBC vanuit Londen 'zijn Fransen' opriep de strijd in het verzet voort te zetten. In de beeldvorming na die oorlog leek het alsof minstens de helft van de Fransen aan die oproep gehoor gaf. In werkelijkheid heeft vrijwel niemand de uitzending gehoord. Engelstalige radiostations stonden ook in die dagen niet hoog genoteerd.

De discussie over goed en fout laait de komende weken ongetwijfeld weer even op. De publieke regionale tv-zender France 3 start vanavond de met veel tamtam aangekondigde langlopende serie Le village Français over een dorp in de Jura tijdens de Duitse bezetting. Niet zozeer over de feiten uit de oorlog, roepen de makers, maar vooral over de gewone mens in een kleine gemeenschap. Desondanks gaat het toch weer over het kleine verzet en het stille meelopen, blijkt uit de voorbeschouwingen.

Of Frankrijk anno 2009 zit te wachten op beelden van een samenleving die niet meer bestaat is de vraag. Ook die van de tv-bazen. De ambitie is om over elk oorlogsjaar 12 afleveringen te maken. Volgend jaar valt de beslissing of die er ook echt komen en le village misschien nog vijf jaar de gemoederen gaat bezig houden. Vijftigplussers zullen wel kijken, is de verwachting. Maar kijkcijfers worden gemaakt door jongere generaties, die Vichy vooral kennen als een ingeslapen en vooral saai stadje met als grootste atractie een alcoholvrij watertje. Niet zo populair dus.

De producenten hebben in ieder geval fors geshopt bij de brocantes om het allemaal zo authentiek mogelijk op het scherm te toveren.

Labels: , , ,

23 april 2008

Mitterrand 40-45

Wir haben es nicht gewusst. De Duitse dooddoener om geen verantwoordelijkheid te nemen voor de collectieve schuld rond het uitroeien van joden in de nazi-tijd, kent ook een Frans equivalent. En niet van de eerste de beste.
'On ne savait pas', was destijds de reactie van de latere socialistische president François Mitterrand over zijn grijze oorlogsverleden. In 1942 aanschurkend tegen het met Hitler samenwerkende bewind in Vichy, terwijl in Amsterdam Anne Frank in haar dagboek al repte over het vergassen van joden in Duitse kampen, gehoord op de illegale Engelse BBC-radio. Later verschool hij zich vaak achter het cliché dat in Frankrijk altijd alles grijs is: 'Rien n'est jamais tout noir ni tout blanc'.

De in het Franse leger opgeroepen Mitterrand werd op 14 juni 1940 gewond en raakte in Duitse krijgsgevangenschap. Na twee mislukkingen wist hij in december 1941 uit kamp Stalag IXA bij Kassel te ontsnappen en Frankrijk te bereiken. Terwijl in Engeland De Gaulle het Franse verzet trachtte op te tuigen, melde Mitterrand zich bij de regering van maarschalk Pétain, van wie hij een groot bewonderaar was, en kreeg verschillende ambtelijke functies. Ontmoetingen met linkse ex-krijgsgevangenen brachten hem in '42 aan het twijfelen en hij sloot zich aan bij kringen uit het verzet. Zo zorgde hij ondermeer voor valse papieren waarmee meer Franse soldaten uit Duitse kampen konden vluchten.
Maar tegelijkertijd bleef hij Pétain steunen in diens Rèvolution Nationale, gericht op samenwerking met Hitler en trawanten. Met een aantal extreem-rechtse leden van Pétains entourage onderhield hij contacten en samen met enkelen van hen ontving hij in de lente van 1943 uit handen van de maarschalk de hoge onderscheiding Ordre de la Francisque.

Pétain (links) en Mitterrand (rechts)

Mitterand bleef wankelmoedig balanceren tussen Pétain en het verzet en pas in mei '43, na een ontmoeting met een vertrouweling van De Gaulle, brak hij met zijn beschermers in Vichy.
Vanaf dat moment gebruikte hij zijn geheime contacten met krijgsgevangenen in Duitsland om informatie te verkrijgen over de situatie achter de frontlijn. Actief in het verzet wist hij enkele malen ternauwernood te ontkomen aan arrestatie door de Duitse Sicherheitsdienst. Een ontmoeting met De Gaulle in Algiers leverde hem de status van speciaal agent, verantwoordelijk voor de contacten met krijgsgevangenen.

In 1984 werd Mitterrand door drie rechtse parlementsleden alsnog beschuldigd van collaboratie met de Duitsers. Gesteund door invloedrijke oud-verzetstrijders wist hij zich echter te laten zuiveren. Als president heeft hij echter nooit excuses namens Frankrijk aangeboden voor het op grote schaal deporteren van joden. Ook toen bleef hij balanceren en noemde het een zaak van de regering Vichy en niet van Frankrijk. Als doekje voor het bloeden riep hij de 16e juli uit tot herdenkingsdag voor slachtoffers van racisme en antisemitisme.

In 1994 kwam schrijver Pierre Péan met de onthulling dat François Mitterrand bevriend was met de gehate Vichy-politiechef René Bousquet, ook nog na de oorlog.
Zijn joodse collega publicist Elie Wiesel (Nobelprijs voor de Vrede 1986) merkte daarbij fijntjes op dat de president heel veel slapeloze nachten moet hebben gehad.

Bevrijding concentratiekamp Buchenwald
2e rij, 7e van links bij de staander Elie Wiesel

Labels: , , ,