5 juni 2011

Lijntje

Rumoerige nachten in het zuiden. Boze buien, veel water en nog meer donder. De hamer van Thor zorgt voor consternatie. Contact met alles afgesloten. E-mail buiten bereik, internet interdood, de blog achter een muur zo groot als de Chinese. Dus plots zonder lijntje met de buitenwereld. En daar bovenop de trouwe virus-scanner die beweert twee hoogst gevaarlijke wormen in de zachte waar te hebben waargenomen.

Hoe ging dat ooit zonder het world-wide-web? Nog maar een jaar of tien/vijftien geleden leefde je www-loos, ging op tijd naar bed, las een boek (misschien vergeten: een stapel genummerde printjes..) en voor porno sloop je naar de sigarenboer. Je was blij verrast wanneer het warme lijf van de postbode het levende bewijs was dat er iemand aan je dacht.

De pré-historie van internet ligt al weer ruim 45 jaar achter ons. Begin 60'er jaren ontstaat het idee in het brein van een paar slimme jongens aan het Amerikaanse Massachusetts Institute of Technology MIT. Knoop alle computers in de wereld (toen nog hele grote bakbeesten) aan elkaar en je kunt informatie delen. Het is midden in de Koude Oorlog. Generaals in Washington betalen de MIT-bedenkers een vorstelijk salaris om het plan verder uit te voeren. In 1965 lukt het één van de wizkids om voor 't eerst twee computers per telefoon met elkaar te verbinden.

De echte geestelijk vader van internet is Leonard Kleinrock. Hij is van het MIT als professor verhuisd naar de University of California. Samen met wat studenten lukt het hem op 29 november 1969 om vanuit Los Angeles in te loggen op een computer van Stanford University. 6 dagen later worden ook universiteiten in Utah en Santa Barbara gekoppeld. Vier machines communiceren met elkaar. De studenten zijn zich niet bewust van de impact die de allereerste internet-verbinding zal hebben op communicatie zoals die voor ons in 2011 vanzelfsprekend is.

De eerste tekens op het ww-web vormen met recht een historische mijlpaal. Ze beginnen met het typen van het woord  login.
Het volgende gesprek vindt dan volgens Kleinrock plaats via de telefoon:
'Do you see the L?'
' Yes, we see the L.'
Then we sent the O and asked:
' Do you see the O? '
'Yes, we see the O. ' was the answer.
Then we typed the G and the system crashed!


Net als gisteren: een orage velde Orange...

Labels: , , , ,

30 april 2010

Oranje

Hoewel er verschillende versies bestaan van de oorspronkelijke eerste heer van Orange, zijn historici het er wel over eens dat hij Guillaume heette. Dat komt dus mooi uit voor de toekomstige koning Willem IV van Oranje-Nassau.  Al is er geen enkele aanwijzing dat de huidige kroonprins ook maar in de verte familie zou zijn van Guillaume Cornet. Die maakt de meest betrouwbare aanspraak op de titel Comte d’Orange nadat keizer Charlemagne begin 9e eeuw het Romeinse stadje aan de Rhône (boven) tot graafschap had verheven en neefje Guillaume het liet bestieren. Overigens was deze Franse graaf een fervente moslimhater, dus is er in 12 eeuwen niet veel veranderd. Maar dat terzijde.

Het bezit van Orange, eeuwenlang ingeklemd in de pauselijke enclave Venaissin, ging in 1163 over naar de adelijke familie Baux, waarvan de macht zelfs nu nog afstraalt van de magistrale ruine van het kasteel in Baux-de-Provence. In 1181 kreeg het de status van prinsdom, maar door uitblijven van mannelijke nakomertjes ging de hele boel in 1388 over op de familie Chalon.
Prins Philibert de Chalon moest Orange in 1530 kinderloos overlaten aan zoon Reinier van zijn zuster Claude en haar echtgenoot Hendrik III van Nassau-Breda. Deze Reinier is in Nederlandse geschiedenisboekjes vrijwel onbekend omdat hij moeder beloofd had de naam René de Chalon te blijven gebruiken. Desondanks was hij (links) de eerste echte Prins van Oranje én stadhouder van Holland.
Van hem stamt de lijfspreuk Je Maintiendrai.

Pas in 1544, bij de dood van René, komt Oranje voluit onder Nederlandse vlag. Willem de Zwijger, Vader des Vaderlands, erft de titel en sindsdien zijn de nazaten (hoewel op enig moment via de vrouwelijke lijn) tot aan Willem Alexander oranje gekleurd.

Maar dan wel met een toefje Provence…

Labels: , , , , ,

8 maart 2009

Natuur

Voor ongeruste volgers: het gaat goed met Dick en France. Ja, ook met ega Janny. Wel enkele weken vertoefd in de préhistorie van het digitale tijdperk. Geen internet, geen e-mail, voortdurend telefoonstoring. Wanneer wel contact mogelijk was ging dit gepaard met barbaarse geluiden. Alsof ergens op de lijn iemand de meest vreselijke kastijdingen moest doorstaan. Kortom, donkere tijden, die we hebben overleefd door het veelvuldig nuttigen van de bekende versterkingen.

France Telecom heeft er lang over gedaan om de oorzaak te achterhalen. Dat kwam doordat deze staatsgigant vooral mannetjes langs stuurt die slechts uit zijn op uren schrijven. Uitbesteed werk heet dat. Eigen baasjes, in de bekende witte camionnettes. Blijven altijd hele of halve uren, kijken moeilijk en bezigen ingewikkeld technisch frans. Vertrekken vervolgens met de mededeling dat ze niets kunnen vinden en dat zullen melden. Aan wie blijft een raadsel.

Een paar dagen later volgt een ander wit autootje met liefst twee eigen baasjes. Die blijven een vol uur (dus twee uur om bij France Telecom te declareren...) en doen een verrassende ontdekking: het probleem zit in een telefooncontact dat ze niet kunnen vinden. Volgens hun indrukwekkende meetapparatuur moet ergens in huis nog een nooit ontdekte aansluiting zijn. Daarvoor is toch een echte expert nodig, is hun ernstige conclusie.

Wanneer je maar volhoudt komt ooit die heuse monteur van France Telecom zelf (in dit geval internetdochter Orange). Monsieur Gauthier, trots in z'n Orange-outfit, dus met vast salaris. Hij begroet ons als oude vrienden. Bracht namelijk al twee keer eerder redding in barre tijden. Maar ditmaal staat ook zijn gezicht zorgelijk na hernieuwde inspectie van de binnenkomende dradenwinkel. Op zijn vele schermpjes komt slecht nieuws en hij vertrekt spoorslags het landschap in.

Een half uur later is hij terug, maar duikt terstond in het struweel bij de ingang van ons domein. Plasje doen, denken we. Doch het oponthoud duurt angstig lang en wij maken ons ongerust. Visioenen van edele delen tussen een rits doemen op. En wie gaat dan helpen? Ik of toch maar Janny? Wat heeft zo'n man het liefst in dat geval?

Die vraag blijft vooralsnog ontbeantwoord, want Monsieur Gauthier komt triomfantelijk tevoorschijn. Het probleem ten langen leste opgelost! De verbinding met onze gewaardeerde buitenwereld was al die tijd verbroken geweest door een ...... wespennest. Keurig gebouwd in een kastje waar de telefoonleiding binnenkwam. Tussen de draadjes die de signalen daardoor niet naar ons konden doorgeven.
De natuur had ons dus weer eens een loer gedraaid. Leve het leven in de campagne.

Et vive Monsieur Gauthier!

Labels: , , ,

6 mei 2008

Reclame taboe

Frankrijk moet op de schop, heeft Sarkozy geroepen. Als voorbeeld noemde hij in zijn nieuwjaarsboodschap dat in 2009 alle reclame op de publieke televisie taboe is. Geen pub meer, zoals dat hier heet. France Télévisions moet maar op een andere manier aan geld zien te komen. Hoe? Dat vertelde de president er even niet bij. Met zoiets triviaals houdt de bewoner van het Palais d'Elysee zich natuurlijk niet bezig. Dus valt de nog warme boodschap in het mandje van zijn premier Fillon, die het geval snel doorschuift naar een commissie. Ditmaal onder leiding van Jean-François Copé, de baas van de UMP-fractie in het parlement en dus dikke maat van Nicolas.

Copé (links) en Sarkozy

Intussen is er flinke deining in het mediawereldje, want de adverteerders lopen massaal weg van de publieken. Zij zien de bui hangen en wijken voor langjarige contracten al vast uit naar de vele commerciële tv-zenders voor hun wasmiddelen, auto's en andere onmisbare dagelijkse behoeften. Dus moest vriendje Copé bij zijn eerste persconferentie al direct met de billen bloot. Wat blijkt? Het zal op z'n vroegst wel 2011 worden voordat de reclame helemaal van het staatsscherm is verdwenen. Gevolg van trage nieuwe wetgeving , maar vooral van het zoeken naar nieuw geld. De dringende oproep van Copé was duidelijk en tegelijk een tikkie sneu. Hij ging op de knieën voor de reclamejongens en meisjes en vroeg ze alsjeblieft nog even terug te komen, omdat monsieur le président een beetje voor z'n beurt had gesproken.

Publieke tv in Frankrijk, dat zijn de zenders France 2, France 3, France 4, France 5 en France O. Hoe ga je dat zonder reclame financieren? Copé kwam met een opmerkelijke oplossing: er moeten meer zenders komen. Gericht op nieuwe doelgroepen en via andere kanalen. Internet, mobiele telefoon, themazenders, kortom het wiel dat elders al is uitgevonden is ook in Parijs ontdekt. Betaalvideo moet in het nieuwe concept voor de grote klap zorgen, een klein 300 miljoen euro per jaar. Uitgerekend door een duur extern bureau. Maar het gat dat Sarkozy door zijn reclameverbod in de begroting heeft geslagen bedraagt 700 miljoen. Reken er dus maar op dat alles met een schermpje belast zal worden, van de grote plasma tot je kleine mobiel.

France Télévisions moet dus grondig worden verbouwd tot media global, riep Copé. Bizar, want dat bestaat al. Orange, de volwassen dochter van dat andere staatsbedrijf France Télecom doet al precies wat Copé voorstelt. Internet, tv, mobiele telefoon. En vanaf oktober zes nieuwe betaalkanalen.

Ergens in Parijs moet iemand dus beslissen dat de publieke tv en Orange moeten cohabiteren. Maar dat is in politiek Frankrijk wel een heel smerig woord.

Labels: , , ,