16 juli 2011

Luisterrijk

Romeinen waren meesters in het uitzoeken van luisterrijke plekjes om zich te vestigen. Monumenten zijn er het beste bewijs van. Steden en dorpen met een Romeinse historie liggen in heel Europa op A-locaties. Voorbeeld Uzès, het meest Britse plaatsje in heel Frankrijk. Waar de middenstand massaal en vrijwel continue op Engelse les zit. Wie een Fransman wel eens Engels heeft horen praten begrijpt waarom. Andersom is het vaak nog erger, maar dat terzijde.

De bron Eure was de voornaamste reden voor de Romeinen om rond het jaar 50 vlakbij op een heuvel het oppidum Ucetia te bouwen. Vandaaruit hebben ze het ruim 50 kilometer lange aquaduct aangelegd dat via de Pont du Gard de stad Nîmes van water moest voorzien. Daar is nog steeds bovenstaand verdeelpunt te zien, het Castellum Divisiorum.

Nadat Rome het godenteam van Jupiter had afgezworen werd Uzès in 419 een machtig bisdom, dat een heilige leverde plus een paus. Die eer viel te beurt aan Guillaume de Grimoard, afkomstig uit een dorp bij Mende en rond 1350 enige tijd hulpbisschop in Uzès. Twaalf jaar later werd hij paus Urbanus V. Overigens voerden de eerste pausen gewoon hun eigen (doop)naam. Dat veranderde in 533 met Johannes II, die eigenlijk Mercurius heette naar de oude heidense god. Vandaar...

De macht van het bisdom was niet gering en de bisschoppen hadden grote invloed in Rome. Dat heeft geduurd tot het revolutiejaar 1792, toen ook in deze streken het volk een einde maakte aan kerkelijk bestuur. Wat rest is de kathedraal.

Bisschop en kasteelheer leefden niet altijd vreedzaam naast elkaar. De kronieken staan bol van conflicten en processen. Maar soms waren familielijnen wel heel close. Zoals in 1150, toen zoon Raymond bisschop werd en papa Raymond baas was over het dorp. Of bisschop André de Rédol, in 1315 neefje van burggraaf Raymond.

De heren van Uzès, later burggraven en hertogen, zijn altijd trouwe aanhangers geweest van het Franse hof. In oorlogen en conflicten steunden zij vanaf 1080, vestigingsjaar van de  seigneurie , de koning door dik en dun. Daarvoor kreeg in 1632 hertog Emmanuel I de Crussol het label  Premier Pair héréditaire de France (rechts). In de adellijke ranglijst betekende dat niet minder dan de hoogste plek na de koning en eventuele prinsen. Maar ook dat was na 1792 snel over.

Labels: , , ,

5 juli 2011

Jacques Cœur

Jacques Cœur op een biljet van 50 francs uit 1941
Ook Franse historie is vooral opgetekend rond vorsten met hun koninklijke gades en burgerlijke bijvrouwen, mislukte en succesvolle legeraanvoerders en een stoet aan abten met hier en daar een paus. Toch hebben in hun schaduw velen een rol van betekenis gespeeld. Zoals Jacques CœurZoon van een rijke bonthandelaar in Bourges, die naar Damascus gaat om handel te drijven. Hij bouwt in korte tijd een imperium op met een enorme handelsvloot. Partners in de Levant, Italië en Spanje en kantoren in de grote Franse steden en het Vlaamse Brugge. Schepen op de bekende routes en commerciële contacten reiken tot alle Arabische havens.

In 1432 verhuist zijn hoofdkwartier naar Montpellier, waar hij de handel op de Méditerranée regisseert. Een majestueus paleis (links) verrijst in zijn geboorteplaats. De duurste bezittingen worden gekocht en hij is baas in een dertigtal seigneuries. Cœur bankiert, heeft mijnen, verdient schatten met wisselkantoren en wordt één der rijkste mannen van Europa.

Door zijn huwelijk met de dochter van de muntmeester in Bourges raakt hij verzeild aan het hof van Charles VII. En later als intieme vriend zelfs in de slaapkamer van de beeldschone Agnès Sorel, de favoriete minnares van de koning en uitvindster van het décolleté.
Haar bescherming legt hem geen windeieren. Hij krijgt een adellijke titel en leent zelfs geld aan Charles VII. In ruil daarvoor wordt hij benoemd tot grand argentier, een soort minister van financiën en muntmeester tegelijk. Met nog wat andere taakjes, waaronder de lucratieve inspectie van de zoutbelasting, is hij vrijwel de machtigste man in het koninkrijk.

Zoveel macht en rijkdom brengt jaloezie en vijanden. Niet de minste is Charles VII zelf. Het sprookje heeft dus een voorspelbaar einde wanneer de pas 28-jarige Agnes Sorel (rechts) in 1450 op haar kasteel in Rouen voor de laatste keer adem haalt. Naar later blijkt vergiftigd door nicht Antoinette de Maignelais, die prompt de vrijgekomen plek in het koninklijk bed bezet. Maar dat terzijde.

Charles schopt de vriendenschaar van Agnes de deur uit en Jacques Cœur verhuist wegens vermeende misdaden naar de gevangenis van Poitiers. Alle bezittingen worden geconfisceerd. In 1454 weet hij te ontvluchten en belandt bij bevriende paus Nicolaas V die hem aan een baantje helpt. Hij krijgt het bevel over een kleine vloot die tegen de Turken moet uitvaren, maar Jacques haalt net het Griekse eiland Chios. Daar wordt hij ziek en sterft kort daarna.

Hoewel vrijwel vergeten, is de lijfspreuk van Jacques Cœur nog steeds een Frans gezegde.
A coeur vaillant, rien d'impossible.

Labels: , , , , ,