29 augustus 2011

Public-privé

Ouders hebben in Frankrijk de keuze om kinderen naar een publieke school van de staat te sturen, zeg maar openbaar onderwijs, of naar een école privé. Dat is geen privé leraar, maar een school van een particuliere organisatie. In de Franse praktijk meestal katholiek, hoewel godsdienstlessen niet altijd verplicht zijn.
Bijzonder in een école public is de ooit zwaar bevochten laïcité, de scheiding tussen kerk en staat die in 1905 bij wet ook voor het onderwijs is vastgelegd. De laatste jaren veelbesproken en nog niet zo lang geleden uitmondend in een verbod van religieuze symbolen in de publieke school. Door sommigen nu ook wel vertaald als: de staat is van de ongelovigen, de rest wordt geduld. In ieder geval kruisje, burka of hoofddoekje achterlaten in het fietsenhok.

Keuze van de ouders is vrij, maar publiek betekent in principe verplicht binnen de woonsector. De meeste privé scholen werken sous contrat met de overheid. Leraren worden dan door Parijs betaald en het leerprogramma is hetzelfde als op de publieke school. Wanneer een school dat niet wil, kiest het bestuur voor hors contrat. Het grootste deel van de kosten moet dan wel door ouders worden opgehoest.
Het beeld bestaat dat de meestal wat kleinere privé scholen beter onderwijs geven. De prestatiedrang is er wat groter, de school moet met goeie examenresultaten de naam hoog houden. Dat speelt vooral op het lycée, doorgaans de opstap naar hoger onderwijs.
Overheid en publieke scholen bestrijden dit beeld met graagte. Een aantal jaren geleden bleek dus uit een groot (overheids) onderzoek dat schoolresultaten voornamelijk het gevolg zijn van het sociale en professionele milieu van de leerling. Papa en mama doorgeleerd en een goeie baan, dan zit je gebeiteld.

Op basis van criteria van het ministerie van onderwijs heeft deze zomer het weekblad L'Express dus op 1865 publieke en privé lycées gemeten hoe de vlag er bij staat. Het aantal geslaagden telde zwaar, maar ook werd meegewogen of scholen kinderen af- of doorverwijzen om hun slaagpercentage op te krikken. En zie: het algemene beeld is bevestigd. In de top 10 uitsluitend privé scholen.
Voor de absolute winnaar moet je verhuizen naar het noordelijke
Bar-le-Duc (Meuse). Daar ligt op het katholieke Lycée Saint Louis een 99% slaagkans voor je nazaten.

Voor de volledigheid de top 3:
1. Lycée Saint Louis - Bar-le-Duc (Meuse)
2. Lycée Sévigné-Saint Louis - Issoire (Puy-de-Dôme)
3. Ensemble Scolaire Lamartine - Belley (Ain)

De match public-privé kent voorlopig geen eindsignaal...

Labels: , , , , ,

29 april 2008

Dassault

Eén van de invloedrijkste families van Frankrijk is het nageslacht van Marcel Dassault, de in 1986 overleden joodse vliegtuigbouwer. Geboren als Marcel Bloch leverde hij een bijdrage aan de Franse oorlogsinspanning in Wereldoorlog 1 door het ontwerp van een nieuw type propeller. In 1917 bouwde hij daarmee zijn eerste tweezitter, waarvan het ministerie van oorlog er direct 1000 bestelde. Maar toen de eerste exemplaren gereed waren, was de oorlog inmiddels voorbij en Parijs annuleerde de order. Bloch trok zich uit pure nijd terug uit de luchtvaart en ging in onroerend goed.

Tien jaar later keerde hij terug naar zijn oude liefde en maakte zijn Société des Avions Marcel Bloch in korte tijd tot toonaangevend luchtvaartbedrijf. Dat werd echter in 1936, onder de toenemende oorlogsdreiging vanuit Duitsland, genationaliseerd en Bloch legde zich toe op de ontwikkeling van nieuwe types, die dan gebouwd werden in het staatsbedrijf. Uiteraard waren dat vooral militaire jachtvliegtuigen, bommenwerpers en verkenningstoestellen.
Na het uitbreken van Wereldoorlog 2 werd hij gearresteerd door de pro-Duitse regering van Vichy. Hij weigerde te collaboreren met de bezetter en belandde uiteindelijk in 1944 tot aan de bevrijding in het concentratiekamp Buchenwald.

In 1949 veranderde Marchel Bloch zijn familienaam in Dassault, de codenaam die broer Paul in de oorlog als verzetsnaam gebruikte. In hetzelfde jaar vloog het eerste straalvliegtuig van Dassault, de Ouragan. Vanaf dat moment leverde Dassault vrijwel alle toestellen voor de Franse luchtmacht en types als Mystère, Etendard, Mirage (waaronder in 1959 de Mirage IV bommenwerper voor de nucleaire Franse Force de Frappe). De meest recente jager is de Rafale, die met zijn karakteristieke deltavleugel ook regelmatig de pannen van ons dak af probeert te blazen. Dat krijg je wanneer je in een laagvliegroute een optrekje bewoont, maar dat terzijde.

In de burgerluchtvaart had Dassault slechts bescheiden succes met de Falcon zakenjets. Het passagiersvliegtuig Mercure uit 1971 bleek een mislukking. De winkel van Dassault werd na de dood van Marcel overgenomen door zoon Serge, die in 1995 in nauwe schoentjes moest lopen toen bekend werd dat hij miljoenen aan smeergeld had betaald aan Belgische socialisten. Dat leidde ook in Brussel tot grote commotie, het aftreden van een minister en de zelfmoord van een oud-stafchef van de luchtmacht. Drie jaar later kostte het zelfs toenmalige NAVO-baas Willy Claes de kop.

Serge Dassault zit echter nog steeds hoog te paard, is burgemeester van een Parijse voorstad, viendje van Chirac en partijgenoot van Sarkozy die hij Nicolas mag noemen. Zijn zoon is parlementslid voor dezelfde club. De winkel (omzet € 3,3 miljard in 2006) is inmiddels fors uitgebreid en er wordt, behalve met vliegtuigen, dik geld verdient met ruimtevaart, wijn, elektrische auto's en multi-media projecten, waaronder dagblad Le Figaro en weekblad l'Express.



Niet toevallig de bladen waarin de president de afgelopen weken prominent mocht laten zien hoe hard hij werkt en welke mooie dingen hij allemaal heeft bedacht. Vrienden onder elkaar, nietwaar.

Labels: , , , ,