22 juni 2010

Dood water

De stad der dode wateren, Aigues-Mortes. Middeleeuwse stad, maar met een 20e-eeuws stratenplan. Rechttoe, rechtaan. De bouw begon in 1246 nadat Saint Louis, de Franse koning Louis IX, een zoutmoeras met vissersdorp in de Camargue had gekocht. De naam was toen Aquae Mortuae. Hij wilde er een uitvalsbasis bouwen voor kruistochten tegen de islam. Marseille was nog geen deel van zijn koninkrijk, dus moest er een eigen uitweg komen naar de Méditerranée. Twee jaar later, de bouw was nog maar net begonnen, startte al de zevende kruistocht. Voor het eerst verlieten vele honderden ridders en duizenden strijders op 1500 schepen de Franse kust om Jeruzalem van de Saracenen te ontdoen. Het werd een dramatische mislukking. Saint Louis werd in Egypte gevangen genomen en de Franse schatkist was na betaling van het losgeld 400.000 livres lichter (bijna twee keer zoveel als de jaarlijkse belastingopbrengst).

Pas in 1272 was de bouw van de stad gereed, maar de koning was toen al twee jaar dood. Hij stierf aan de pest voor de poorten van Tunis, nadat hij Europa had opgeroepen voor de achtste kruistocht. Ook die vertrok uit Aigues-Mortes, maar deelde het lot van zijn leider. De meeste strijders stierven aan tyfus. Zoon Philippe Hardi (bij ons bekend als Filips de Stoute) liet in de volgende 30 jaar de beroemde muren oprichten. Maar de bewoners zagen nooit meer tempeliers vertrekken. Het tijdperk van de kruistochten was definitief voorbij.


De stad werd overslagplaats voor handel via de Rhône naar het noorden. Door de strategische ligging is er af en toe nog flink geknokt. Bizar is het verhaal uit 1421, toen troepen uit Bourgogne de stad bezet hielden. Eind januari besloten de bewoners, onder leiding van Baron de Vauverde, de soldaten in hun slaap te doden. Dat lukte wonderwel, maar de lijken konden niet buiten de poorten gebracht worden, ook al weer vanwege de pest. De stoffelijke resten werden toen maar onder bergen zout in één van de torens opgeborgen. Nu nog bekend als Tour des Bourguignons.
Eeuwenlange dommel volgde, slechts opgeschrikt door een ordinaire ruzie in 1893 tussen Italiaanse en Franse arbeiders in de omringende zoutvelden. Een forse kloppartij, negen doden en meer dan honderd gewonden. Kranten in die tijd stonden er vol van.

De mythe dat Aigues-Mortes destijds zelf aan zee lag is overigens al lang achterhaald. Schepen vertrokken uit het Etang de la Marette en moesten via een kanaal naar de kust bij Grau-Louis, de plek waar eeuwen later La-Grande-Motte is gebouwd. Léon Dombre, een 19e-eeuwse ingenieur, heeft dat door nauwkeurig onderzoek kunnen aantonen.

Niettemin teert de stad nog steeds op dit verhaal en trekt veel bezoek naar het kaarsrechte stratenplan. Het centrale plein, waar Saint Louis zijn ridders ontving, ligt nu verborgen onder parasols van Heineken en Coca-Cola. In veel restaurants staat de tajine, couscous, harissa en harira prominent op de kaart. Halal is populair.
De in 1297 heiligverklaarde christenvorst, vastgenageld op z'n paard midden op het plein, zou zich in zijn graf omdraaien.

Labels: , , ,

20 september 2009

Pic Saint Loup

Ergens in de donkere middeleeuwen zouden drie gebroeders hebben gedongen naar het hart van de bloedmooie Bertrade. Dochter van de locale seigneur in het land rond Cazeveille en Valfaunès, een goed uur gaans van Montpellier. De verliefde jongelingen Guiral, Clair en Loup kregen haar niet in de sponde en omdat de maagd ook nog niet wilde kiezen, vertrokken de drie op kruistocht. Na ommekomst van het jarenlange avontuur in de heilige regionen bleek Bertrade alsnog als maagd te zijn gestorven, hetgeen de koene kruisridders tot diepe kommernis bracht.

Kennelijk was er niet direct vervanging voorhanden en de gebroeders besloten als kluizenaars voort te gaan. In die tijd koos je daar in deze streken een flinke berg voor uit. Guiral trok westwaarts en sleet zijn dagen op een top in de buurt van de Mont Aigoual, nu nog steeds de Mont Saint-Guiral.
Broer Clair ging zeewaarts en hoefde niet zover te klimmen om een bult naar zich te laten noemen. De stad Sète werd pas in de 17e eeuw aan de voet van de Mont Saint-Clair gebouwd.

De laatste broer bleef vrijwel ter plekke en spoedde zich naar de top van wat nu Pic Saint Loup heet. Daar, op 658 meter hoogte, bleef Thieri Loup tot zijn laatste dagen zitten kniezen.

En net als zijn beide broeders stookte hij op zijn pic elk jaar op 19 maart een geweldige fik ter nagedachtenis aan la belle Bertrade.

Labels: , , , ,