30 maart 2009

Smaakloos


In 1340 werd voor de baljuw van Beaucaire nog met succes gepleit om het gebruik van kastanjehouten wijnvaten uit de Cévennes te verbieden. Magistraten uit de Languedoc beweerden dat die de wijn bedierven, een volks vooroordeel volgend ten gunste van lucratieve handel in eikenhout. Twee eeuwen later heeft de kastanje het pleit gewonnen en krijgt het eiken vat de rode kaart: 'wijn die in eiken meubels wordt bewaard is voor sommigen onaangenaam en houdt er een zeer sterke geur aan over' vermelden oude kronieken. De kastanje daarentegen 'geeft de wijn geen enkele geur'.

Op de lijn Alès en Le Vigan vinden we in 16e eeuw een complete nijverheid rond de broodboom, zoals de kastanje in de volkmond heet. Niet voor niets, want de chastanet levert het hoofdvoedsel in dit straatarme gebied. De kastanje wordt rauw of gekookt gegeten of tot meel gemalen en daarna gebakken tot brood zo zwart als kool. De bergbewoners betalen er zelfs mee.
Maar het hout van de boom wordt volop benut voor vat, fust en barrique en brengt een klein beetje welvaart. Het kreupelhout van jonge wilde jourguieiros verandert in hoepels rond de tonnen. De tonnellerie in Sumène verkoopt de smaakloze vaten in de hele Languedoc en naar Marseille. Behalve met wijn worden ze gevuld met tonijn, ansjovis en gezouten sardines.

In de 20e eeuw heeft de eik de eerste plaats weer ingenomen. Dat heeft ook met mode te maken, want in het kielzog van menige wijnschrijver is bijvoorbeeld in NL het vanillesmaakje van de eik tot opperst genot verheven. Franse wijnboeren aarzelen dan ook niet hun proefflesjes voor de grote supermarkt te vullen uit een cuve waar nog wat extra eiken snippers aan zijn toegevoegd. Nadeel daarvan is dat ook de tannines toenemen, waardoor de eerste slok weer een aanslag is op de slijmvliezen.

Om met de mode mee te doen moet je dus af en toe een beetje afzien. Net als de arme boeren destijds in de Cévennes.

Labels: , , ,

0 reacties:

Een reactie plaatsen

Aanmelden bij Reacties plaatsen [Atom]

<< Homepage