Werken voor een patron leek dus veel tijd op te slorpen, maar over een jaar gerekend viel dat reuze mee. Katholiek zijn in de Franse Middeleeuwen had zo z’n voordelen. De zondag was een vrije dag en moest aan kerkbezoek worden besteed. Dan kreeg je feesten van de apostelen, Hemelvaart, Paas- en Pinkstermaandag, Kerstmis plus twee dagen erna, Allerheiligen en Allerzielen. En niet te vergeten minstens zevenentwintig heiligen.
Machtige gildes kregen het zelfs voor elkaar om daar 52 zaterdagen bij te scoren, de verjaardag van de maître en zijn vrouw, die van de baas van de confrérie, de patroonheilige van de parochie en de dag voor én na plaatselijke feesten en jaarmarkten.
Schaduwzijde van al die festiviteiten was de verplichting om op die dagen je gezicht te laten zien voor het altaar. Afgewongen door de pastoor, die in feite de echte baas was.


Geen opmerkingen:
Een reactie posten
sorry voor de verificatie, het houdt spam tegen