100 miljoen jaar geleden was het ter plekke nog zeebodem.
Vol schaal-en schelpdieren, zeeëgels en meer van dat soort gedierte dat tegenwoordig de menukaart van een visrestaurant siert. De restanten van deze lekkernijen hebben, na wat vulkaanuitbarstingen, klimaatveranderingen en meer natuurlijk ongerief, uiteindelijk de beroemde oker opgeleverd. Het pigment, geliefd bij kunstschilders en stucadoors, heeft Roussillon zelfs aan een okermuseum geholpen.En er is goed geld mee verdiend. Aan het dorpje valt de economische voorspoed goed af te zien, hoewel er vandaag-de-dag alleen nog wat toeristische oker wordt gewonnen. Voor een flesje of potje trekken de hordes bezoekers grif hun creditcard, de eet- en slaaphuizen doen goede zaken.

Wees dus zuinig op de leeggeslobberde oesters, palourdes, mosselen en ander visafval, je verre nazaten kunnen er misschien ooit goeie sier mee maken.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
sorry voor de verificatie, het houdt spam tegen