Likeuren in alle soorten en smaken waren en zijn de specialiteit van Franse kloosters. Zonder twijfel met de Chartreuse van de Kartuizer monniken als gerenommeerd koploper. De oorsprong van deze godendrank moet ergens in donkere tijden liggen. In de kronieken staat dat staatsman/kardinaal De Richelieu in 1611 per brief de abt van het Parijse Chartreuse-klooster bedankt voor een elixer dat hem van een ‘lastige ziekte’ afhielp.
Pas in 1737 wordt het geheim van het drankje achterhaald door broeder Jérôme Maubec, apotheker van het onwaarschijnlijk fraai gelegen Grande-Chartreuse bij Grenoble (boven). Kort daarna worden de eerste flessen Elixir Végétal de la Grande-Chartreuse door broeder Charles per muilezel naar Grenoble en aan de man gebracht.
Je zou verwachten dat daar een feestelijke proeverij in de refter aan vooraf is gegaan. Vergeet 't maar. Kartuizers zijn namelijk streng en sober levende monniken, doen een klein deel van hun dagprogramma samen en blijven de rest van de tijd in hun kluis. Ze spreken alleen met elkaar, en dan nog alleen op een wekelijkse wandeling en op feestdagen.
Ondanks de Revolutie, het bewind van Napoleon, tijdelijke uitwijzing van de orde naar Spanje en de verwoesting van het klooster door een aardverschuiving in 1935 heeft het Elixer de stormen doorstaan.De productie van een uitgebreide sortering likeuren vindt nu plaats in Voiron, vlakbij Grenoble. Onder het personeel slechts twee monniken, die het geheime recept bewaken.
Bij wijze van uitzondering heeft de huidige abt hen toegestaan ook met anderen te praten. Maar om vijf uur weer terug naar klooster en kluis...


Geen opmerkingen:
Een reactie posten
sorry voor de verificatie, het houdt spam tegen