Colbert, in 1619 geboren als zoon van een koopman uit Reims, erfde van zijn vader het goeie gevoel voor winst en verlies. Bleef ook eigenlijk zijn leven lang een handige middenstander en paste absoluut niet bij het decadente hofleven. Maar onder zijn leiding werden de Franse burgers door allerlei nieuwe belastingen wel vakkundig uitgekleed, hetgeen de minister verre van geliefd maakte. Toch was zijn belangrijkste bijdrage aan ’s konings schatkist het verbeteren van handel en industrie, zodat Frankrijk binnen 10 jaar na zijn aantreden in 1661 één der welvarendste landen van Europa was.
De bouw van wegen en bruggen, aanleg van het Canal du Midi, vermindering van tolposten en aantal ambtenaren, oprichting van een Oost- en een West-Indische Compagnie, invoerrechten op allerlei goederen (ondermeer de doodklap voor de Leidse lakenhandel), het waren evenzovele bijdragen om de hofhouding en oorlogvoering van zijn baas te financieren. Minstens zo geniaal was het afschaffen van zestig heiligendagen, zodat het aantal werkdagen aanzienlijk werd vergroot.
Colbert, een matig man die water boven wijn verkoos, wordt overigens ten onrechte voor naamgever van het mannenjasje gehouden.
Dat woord komt alleen in het Nederlands voor.
In Frankrijk heet dat gewoon la veste.



Geen opmerkingen:
Een reactie posten
sorry voor de verificatie, het houdt spam tegen