De Imbiss aan Duitse kant nodigt al uit voor een Flammkuchen, een specialiteit van de Alsace. Aan de andere kant van de grens zelfde recept in een keurige tijdloze Gasthof. Uien, spek, varkensvet, deeg, room, kaas en nog wat. Daar kom je de oorlog mee door, maar op een autotocht ligt het uren in de buikstreek te vervelen.Een grensgebied en eeuwenlang omstreden. In de 17e eeuw een zelfstandige Franse provincie, maar na de door Pruisen in 1870 gewonnen oorlog 49 jaar lang als Elsass-Lothringen deel van het Duitse keizerrijk. Veel bewoners protesteerden zonder succes tegen de bezetting of verhuisden naar het Franse stadje Belfort. Bij de Vrede van Versailles na de eerste wereldoorlog ging het gebied terug naar Frankrijk, maar werd in 1940 door Hitler en trawanten weer onder de voet gelopen. In 1942 werden de inwoners officieel Duitse staatsburgers.
Verzet werd onderdrukt, doodstraffen voor hulp aan Franse ontsnapte krijgsgevangenen (Strassburger Neueste Nachrichten uit januari '43) en jonge mannen werden opgeroepen in het Duitse leger. In maart '45 werd Alsace weer Frans en opeenvolgende regeringen hebben alles in het werk gesteld om Duitse invloeden uit te bannen.
C'est chic de parler français, luidde jarenlang de slogan. Het Elsassisch, een Duits dialect, heeft de jaren desondanks doorstaan en wint aan populariteit.Jarenlange Duits bestuur en sterke regionale parlementen zorgen ook nog steeds voor afwijkende regelingen. Sociale- en gezondheidsverzekeringen zijn gunstiger dan in de rest van Frankrijk en scheiding tussen kerk en staat is minder drastisch. Zo worden katholieke, lutherse, calvinistische en joodse geestelijken door Parijs betaald en hangen kruisbeelden in rechtszalen, wordt godsdienstles op openbare scholen gegeven en heeft de universiteit van Strasbourg een theologische faculteit.
Op straatnaambordjes staat het Frans vaak op de tweede plaats.
Parijs is ver weg...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten
sorry voor de verificatie, het houdt spam tegen