Opgravers vinden nog wel eens een vergeten plek met hopen lege schelpen. Een Keltisch feestje dus. In die tijd waren het gewoon huîtres sauvages. Tegenwoordig nuttig je vooral de gekweekte nakomelingen. Zowel uit de Méditerranée als langs de Atlantische kusten. In de Languedoc die uit Bouzigues of andere plaatsen rond het Étang de Thau (foto). De eeuwige strijd waar ze 't lekkerst zijn is voor ons inmiddels beslist. Met afstand staan die uit Bélon in het zuiden van Bretagne op de hoogste tree. Ga maar naar Chez Jacky in Port du Bélon bij Riec. Wel effe bellen, de tent zit zo vol.Oesters zouden potentieverhogend zijn, dus pas op. Afrodisiacum heet dat. Rijk aan fosfor, maar wel in een spannende verpakking. De beroemde driesterren-minnaar Casanova was een grootverbruiker. Hij noemde ze een prikkel voor de geest, de zinnen en de liefde. Je bent gewaarschuwd.
Overigens geldt dit ook voor asperges, artisjokken, pastis, bokkentestikels en klierafscheidingen van bronstige olifanten. Om maar een paar lekkernijen te noemen. Kelten wisten er wel raad mee.Oesters moeten vooral vers. Ingevroren of ingemaakt, vergeet het. Zo uit het vuistje, net als de Kelten. Fransen leren het hun kinderen al vroeg. Voor ons uit het natte noorden toch bijzonder. Kleintjes die met gelukzalige blik hun zoute schelpje uitslobberen. Pa en ma doen er soms wijnazijn en fijngesneden uitjes op. Waarschijnlijk een liefdesleven met hoge zuurgraad.
Bon appétit!
En let op: een huîtrière is niet de madame van de kweker, maar een oesterbank.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten
sorry voor de verificatie, het houdt spam tegen